Zandvoort vreest voor haar zelfstandigheid

24-07-2018, 20:18 | Lezersnieuws | Wijnand

 

Aan de Gemeenteraad van Zandvoort
Raadhuis
ZANDVOORT

 

 

 

Onderwerp: Verzoek aan de raad om essentiële verkiezingsbelofte alsnog gestand te doen in het raadsprogramma
Reactie op brief d.d. 3 juli 2018 namens presidium

                                                                      

 

Zandvoort, 24 juli 2018

 

 

Geachte Raad,

 

Naar aanleiding van mijn aan uw raad gerichte brief d.d. 15 mei 2018, bovenvermeld onderwerp betreffend, ontving ik tot mijn verbazing in plaats van een antwoord van uw raad een door acht fractievoorzitters ondertekende brief d.d. 3 juli jl. waarin zij “namens” het presidium een reactie geven op mijn brief.

 

Het optreden van de burgemeester bij de afdoening van mijn brief
Mij wordt door de fractievoorzitters meegedeeld dat mijn brief door uw raad in handen is gelegd van “het raadspresidium, de fractievoorzitters uit de raad”.
Dit laatste is al niet correct omdat behalve de fractievoorzitters ook de voorzitter van de gemeenteraad (de burgemeester) deel uitmaakt van het presidium. Hij is daarvan zelfs de voorzitter (artikel 5 Reglement van Orde).
Het is in het oog springend dat in de aan mij verzonden brief de burgemeester buiten beeld wordt gehouden.
Blijkbaar wenste de burgemeester deze brief niet te ondertekenen zodat ook de griffier niet kon mee ondertekenen en daarom de overige acht presidiumleden maar met z’n allen hun handtekening plaatsten.
Een dergelijke enigszins op de lachspieren werkende handelwijze is m.i. uniek in de administratieve geschiedenis van de gemeente Zandvoort.
 

Ik kan mij voorstellen dat mijn brief aan uw raad vragen van procedurele aard bij u heeft opgeroepen en u deze daarom om advies aan het presidium heeft voorgelegd. Het presidium heeft immers ten doel zich bezig te houden met interne, huishoudelijke en vooral procedure zaken, zoals beschreven in het Reglement van Orde.
De brief van de acht fractievoorzitters laat in het midden welke opdracht uw raad het presidium heeft verstrekt betreffende mijn brief.
Het lijkt mij echter bijzonder curieus dat uw raad zou hebben besloten het presidium (zijnde geen bestuurscommissie waaraan de raad bepaalde bevoegdheden heeft overgedragen) mijn brief, naar eigen inzicht, in plaats van uw raad te beantwoorden.
Het meest waarschijnlijk is dat de acht fractievoorzitters onder invloed van de presidiumvoorzitter er toe zijn overgegaan mijn brief op onreglementaire (bijzonder vreemde) wijze te beantwoorden.
 

 

In elk geval staat het voor mij vast dat het beantwoorden van mijn brief (over een politiek bestuurlijke aangelegenheid) door de fractievoorzitters namens het presidium overduidelijk tevens in strijd is met de taken en bevoegdheden zoals deze in artikel 5, lid 8 van het Regelement van Orde zijn aangeduid. Ook uit de laatste alinea van de toelichting op deze bepaling blijkt dat, mede gelet op de aard en inhoud van mijn brief besluitvorming daarover in een openbare raadsvergadering had behoren plaats te vinden en niet in het presidium.
Het presidium vergadert in de regel in het openbaar. Aangezien echter de vergadering waarin mijn brief moet zijn besproken niet in de krant werd bekend gemaakt vond die vergadering in feite achter gesloten deuren plaats.
Het gaat mij er niet om slechts te wijzen op het wonderlijke handelen in strijd met de formaliteiten maar om de achterliggende bedoeling daarvan.
De reden dat de burgemeester zich in de namens het presidium aan mij gezonden brief buiten beeld liet houden en deze niet wilde ondertekenen kan moeilijk anders verklaard worden dan door de daarin (overeenkomstig de belofte van de partijen tijdens de raadsverkiezing) prijkende mededeling dat er geen misverstand over kan bestaan dat de gehele gemeenteraad het streven naar behoud van bestuurlijke zelfstandigheid van Zandvoort volledig onderschrijft, volledig in lijn met wat in de petitie staat die de raad aangeboden kreeg.
 

De burgemeester (die geen lid is van de gemeenteraad) wilde de brief m.i. niet ondertekenen omdat hij het er kennelijk niet mee eens is dat Zandvoort bestuurlijk zelfstandig moet blijven en zijn ene oor in overdreven dienstbetoon laat hangen naar de rijksoverheid die in het algemeen streeft naar grotere gemeenten en het andere oor doof houdt voor de gemeenteraad en de m.i. overgrote meerderheid van de Zandvoortse bevolking die vinden dat Zandvoort als zelfstandige gemeente moet blijven voortbestaan.
De zoeven aangeduide opstelling van de burgemeester bevestigt wederom de geloofwaardigheid van de in mijn brief aan uw raad gereleveerde zienswijze van de VVD in haar verkiezingskrant “Frisse Wind” dat de burgemeester Zandvoort bestuurlijk wil laten uitleveren aan Haarlem en hij hiertoe samen met de burgemeester van Haarlem, als regisseur optrad bij het laten inlijven van het Zandvoortse ambtenarenapparaat door Haarlem.
 

Als mijn brief aan de raad ook door uw raad was beantwoord had de burgemeester zich niet aan ondertekening kunnen onttrekken. Immers de Gemeentewet (artikel 32a) verplicht de burgemeester uitdrukkelijk de van de raad uitgaande stukken te ondertekenen en deze moeten door de griffier worden medeondertekend. Om aan die ondertekening te ontkomen en het Reglement van Orde geen voorschriften bevat voor het signeren van stukken die van het presidium uitgaan wist de burgemeester met de griffier te bewerkstelligen dat uw raad mijn bij u ingekomen brief doorstuurde naar het presidium.
Zoals gezegd bevat het Reglement van Orde geen voorschriften voor van dit orgaan uitgaande stukken omdat het naar analogie van de ondertekening van stukken zoals die in de Gemeentewet is geregeld vanzelfsprekend is dat de voorzitter en de griffier ondertekenen.
 

 

Door de ondertekening van de brief “namens” het presidium door de acht fractievoorzitters te laten doen handelde de burgemeester niet in strijd met de letter van het Reglement van Orde maar wel met de beginselen van het behoorlijk bestuur.
Doordat ik een antwoord kreeg van een onbevoegd orgaan ondertekend door onbevoegden ontving ik in feite op mijn brief een reactie van acht individuele raadsleden, zijnde zelfs niet eens een meerderheid binnen de gemeenteraad.
Als de fractievoorzitters over het voorgaande nog eens zouden willen nadenken komen zij wellicht tot de conclusie dat degenen die hun hebben geadviseerd om mijn brief op de geschetste onprofessionele wijze te beantwoorden, omdat de burgemeester zich om genoemde reden buiten beeld wilde houden, wat aan hen hebben uit te leggen.
Overigens lijkt het mij bestuurlijk ongewenst dat de burgemeester aldus verstoppertje blijft spelen als het gaat om zaken met betrekking tot het voortbestaan van Zandvoort als zelfstandige gemeente.
Voor vele burgers is de burgemeester de (veelvuldig onderscheidingen en waarderingsspelden uitdelende) vertrouwde figuur, die in het bijzonder de gezichtsbepalende bestuurder van de gemeente is en o.m. nauw betrokken is bij de voorbereiding, vaststelling en uitvoering van gemeentelijk beleid.
Daarom meen ik dat de Zandvoortse burgers er recht op hebben dat de burgemeester onomwonden, klip en klaar, uitsluitsel geeft of hij net als de gehele gemeenteraad het streven om Zandvoort als bestuurlijk zelfstandige gemeente te laten voortbestaan, zulks in lijn met de petitie van bijna 100 burgers aan de gemeenteraad, volledig onderschrijft en zich daarvoor daadkrachtig zal inzetten.
 

De omissie in het raadsprogramma; het hierin ontbreken van op behoud van zelfstandigheid gericht beleid.

De presidiumleden schrijven mij voorts dat de twee zinnen in het raadsprogramma: ”Het is maart 2035. Zandvoort is een sterke zelfstandige gemeente gebleven”, helder zijn. Dat vind ik ook, doorzichtig zelfs.
Een wezenlijke omissie in het raadsprogramma is echter dat daarin niets wordt vermeld over het volgens de acht fractievoorzitters door de gehele raad gewenste streven om de situatie die in het jaar 2035 verondersteld wordt aanwezig te zijn, werkelijkheid te laten worden.
Er zal dus volgens de gehele gemeenteraad om dat doel te bereiken activiteit moeten worden ontplooid. Streven is uiteraard niet het op het verlengde van de rug blijven zitten en te verwachten dat het beoogde doel vanzelf zal worden bereikt maar (in aanmerking genomen dat de “ambtelijke fusie” snel kan leiden tot een bestuurlijke fusie) het noodzakelijk is dat de raad, het college èn de burgemeester eendrachtig daartoe alle zeilen zullen bijzetten.
 

De VVD-lijsttrekker gaf al in zijn verkiezingskrant, de noodklok luidend, te kennen dat er door de nieuwe raad en het nieuwe college “hard gewerkt” zal moeten worden om Zandvoort zelfstandig te kunnen houden. Ook in de door de gemeente uitgegeven verkiezingskrant betoogt de VVD verder dat door de “ambtelijke fusie” het voortbestaan van Zandvoort als zelfstandige gemeente op het spel staat en de partij deze fusie een slecht plan vindt waar zij tegen was en tegen zal blijven. Zandvoort heeft behoefte aan een krachtig bestuur dat de zelfstandigheid van Zandvoort als prioriteit heeft en hiervoor zal strijden, aldus de VVD.
 

Mw. Verheij is nu de VVD-wethouder in het nieuwe college van BenW. In haar portefeuille komt het onderwerp “Zandvoorts zelfstandigheid behouden” anders dan mocht worden verwacht niet voor. Wel de zaken rondom de door de VVD, m.i. terecht verafschuwde “ambtelijke fusie”.

Aangezien het glashelder is dat de gehele gemeenteraad van oordeel is dat het behouden van zelfstandigheid een zaak is van algemeen Zandvoorts belang mag van mw. Verheij worden verwacht dat zij, wat betreft de relatie met Haarlem niet alleen haar best doet om de “ambtelijke fusie”, die haar partij aanduidt als een uitverkoop van Zandvoorts zelfstandigheid aan Haarlem, goed te laten verlopen maar er ook voor zorgt dat het nieuwe college zich binnenkort met een voorstel tot de raad wendt om het bedoelde streven naar behoud van zelfstandigheid als concrete, centrale beleidsdoelstelling, (zulks in lijn met de petitie van bijna 100 Zandvoortse burgers die ongetwijfeld een getrouwe afspiegeling zijn van het overgrote gedeelte van de Zandvoortse bevolking dat eveneens Zandvoort bestuurlijk zelfstandig wenst te houden), alsnog in het raadsprogramma op te nemen.

 

Verkiezingskrant van de VVD, een bron van informatie en inspiratie

In het schrijven van de acht fractievoorzitters namens het presidium wordt mij voorgehouden dat ik in mijn brief aan uw raad heb gesuggereerd dat er sprake is geweest van oneigenlijke beïnvloeding door bepaalde personen met betrekking tot de totstandkoming van het raadsprogramma die past een in al eerder ingezet proces om Zandvoort als zelfstandige gemeente te doen opheffen. De acht fractievoorzitters stellen dat het presidium zich niet herkent in mijn redenering en aannames die hieraan ten grondslag liggen.

Wat betreft dit laatste wijs ik erop dat ik in mijn brief aan uw raad geen aandacht heb besteed aan het presidium zodat er voor dit orgaan als zodanig ook niets viel te herkennen. De acht briefschrijvers laten na concreet aan te geven op welke punten, laat staan waarom, zij het niet eens zijn met mij.

Ik dacht dat, waar het gaat om een ingezet proces om Zandvoort als zelfstandige gemeente te doen opheffen ik in mijn brief aan u, duidelijk te hebben gewezen op de opzienbarende en plausibele mededelingen daaromtrent in meergenoemde verkiezingskrant van de VVD, waarin toch in elk geval de fractievoorzitter van de VVD zich herkend zou moeten hebben.

Blijkbaar hebben de andere zeven fractievoorzitters geen kennis genomen van de VVD- krant waarin tot de verbeelding sprekende en onthullende mededelingen worden gedaan die de sleutel vormen tot het begrijpen van raadselachtigheden die zich bij de voorbereiding en opstelling van het raadsprogramma hebben voorgedaan.

 

De aanstelling, kennelijk op instigatie van de burgemeester, van een particulier adviesbureau als informateur

In de zeer opmerkelijke aanstelling van een particulier bureau als informateur valt mijns inziens duidelijk de regisseursrol van de burgemeester te herkennen die de heer Berendsen als lijsttrekker van de partij OPZ die de raadsverkiezing had gewonnen bereid vond hieraan mee te werken maar niet genegen was zelf hiertoe de raad te verzoeken om € 15.000,- beschikbaar te stellen. Dit zou immers sterk de indruk hebben gewekt dat de heer Berendsen zelf niet bij machte was de onderhandelingen te voeren en ook niemand in zijn partij had kunnen vinden als informateur op te treden waarmee hij zichzelf en zijn partij aldus een brevet van onvermogen zou hebben gegeven.

Daarom liet de burgemeester met voorafgaande betrokkenheid van de andere fractievoorzitters, die er wel mee konden instemmen dat de heer Berendsen zich de regie bij het voeren van de onderhandelingen uit handen liet spelen, de griffier aan de raad voorstellen bedoeld adviesbureau, dat al eerder werkzaamheden voor de gemeente had verricht, als informateur te benoemen om de mogelijkheid van een ‘raadsbreed” raadsprogramma te verkennen en daarvoor het benodigde bedrag te voteren.

De heer Berendsen raakte hierdoor zijn “poleposition” om invloed te kunnen uitoefenen op de inhoud van het raadsprogramma kwijt en werd ermee geconfronteerd dat de informateur er niets voor voelde om de door OPZ gewenste betekenisvolle uitspraken over het behoud van Zandvoort als zelfstandige gemeente in het raadsprogramma op te nemen.

 

Bij de behandeling van het raadsvoorstel van de griffier in de raadsvergadering is de heer Berendsen gaan beweren dat het een initiatief voorstel van hem zelf was waarbij hij zich erop beriep dat in het verkiezingsprogramma van OPZ staat dat deze partij de voorkeur geeft aan een “raadsbreed” raadsprogramma waarvoor zij een “externe” informateur wil aanstellen die geen politieke lokale binding heeft met de gemeente Zandvoort, zodat er een “zo objectief mogelijk” raadsprogramma kan worden vastgesteld.

Hetgeen de heer Berendsen beweerde kwam echter niet uit de koker van zijn partij maar uit die van de burgemeester. Blijkbaar wilde de heer Berendsen om geen gezichtsverlies te lijden verbloemen dat hij zich had laten ringeloren door de burgemeester. Veelzeggend hierbij is dat het verkiezingsprogramma van OPZ niets bevat over het door de gemeente laten inhuren van een “externe informateur” en over een “raadsbreed” raadsprogramma dat (a-politiek) “zo objectief mogelijk” zou moeten zijn.

 

Toen ik het mij, door een prominente OPZ-er toegezonden raadsvoorstel van de griffier las om een particulier adviesbureau als informateur aan te stellen was het mij, de verkiezingskrant van de VVD over de regisseursrol van de burgemeester bij de uitverkoop van Zandvoort aan Haarlem indachtig, (dus ook vele anderen) snel duidelijk dat de burgemeester dit adviesbureau in de arm wilde laten nemen voor het opstellen van een raadsprogramma waarin òf het behoud van Zandvoorts zelfstandigheid geheel buiten dit programma werd gehouden òf daarin slechts een nietszeggende formulering werd opgenomen die de gemeente Haarlem, die actief uit is op de annexatie van Zandvoort, duidelijk moest maken dat er geen obstakels behoefden te worden verwacht op de per 1 januari 2018 (datum waarop het Zandvoortse ambtenarenapparaat op enkele functionarissen na door Haarlem werd overgenomen) ingeslagen weg naar die annexatie.

Ik heb dit in een vrij uitvoerige notitie aan diverse politici uiteengezet en deze op 9 april 2018, mij was toen nog geen aanzet of concept voor een raadsprogramma van de informateur bekend, aan hen toegestuurd.

Bij het opstellen van het raadsprogramma onder leiding van de informateur in samenspraak met de raadsfracties is, wat betreft het onderwerp over Zandvoorts zelfstandigheid de invloed van de burgemeester als regisseur op de achtergrond merkbaar aanwezig.

 

 

Naar aanleiding van het verzoek van de informateur aan de raadsfracties drie onderwerpen/thema’s te benoemen die volgens hen ik elk geval in het raadsprogramma moesten worden opgenomen had de OPZ-fractie zich veroorloofd (tot enige irritatie bij andere fracties) in plaats van drie, negen punten aan te dragen.

Als belangrijkste punt noemde OPZ “Zandvoort zelfstandig!!“. Zij voegde hier onder meer aan toe: “In het raadsprogramma moet duidelijk worden gemaakt dat Zandvoort bestuurlijk zelfstandig moet blijven en dat er geen sprake kan zijn van een bestuurlijke samenvoeging met Haarlem (of welke andere gemeente dan ook ) wat ons betreft nu niet en nooit niet. OPZ kiest er duidelijk voor dat Zandvoort zelfstandig blijft”.

In het in 2017 genomen besluit van BenW om het ambtenarenapparaat te laten inlijven was opgenomen dat na twee jaar een beknopte tussenevaluatie wordt gehouden gevolgd door een evaluatie na vier jaar.

 

De VVD gaf als belangrijkste punt aan de informateur op in het raadsprogramma op te nemen dat in plaats van na vier jaar na twee jaar een “volledige” evaluatie zou plaatsvinden waarin de bevolking zich mocht uitspreken over de wenselijkheid van de “ambtelijke fusie”.

Hoewel in de door de informateur geproduceerde stukken de wenspunten van de GBZ-fractie ontbreken mag worden aangenomen dat deze fractie het hierover met die van de VVD eens is aangezien GBZ in de gemeentelijke verkiezingskrant de “ambtelijke fusie”  typeerde als een geld verslindende aangelegenheid die zo spoedig mogelijk diende te worden geëvalueerd. De VVD wilde onder meer ook in het raadsprogramma opgenomen zien dat er geen onomkeerbare stappen zouden worden gezet die de eventuele “ontvlechting” (terugkeer van de voorheen Zandvoortse ambtenaren naar het Zandvoortse raadhuis) in de weg zouden staan.

 

De informateur wilde zo weinig mogelijk in het raadsprogramma aan beleid opnemen over het behoud van Zandvoorts zelfstandigheid

In het eerste concept (aanzet) voor het raadsprogramma vermeldt het voorblad als werktitel “Zandvoort zelfstandig en in balans”. In de begeleidende brief bij dit concept staat te lezen: “We vinden het belangrijk dat Zandvoort zelfstandig blijft”. In het slot van deze brief en op blz. 8 van het conceptprogramma staat ook nog een verwijzing naar zelfstandig Zandvoort.

De aanduiding op het voorblad en de verkondigde mening over behoud van Zandvoorts zelfstandigheid en de twee fragmentarische verwijzingen hiernaar kunnen redelijkerwijs niet beschouwd worden als het vormgeven aan een serieuze, daadkrachtige, bestuurlijk na te streven ambitie om Zandvoort zelfstandig te laten voortbestaan, wat toch overduidelijk de bedoeling was van OPZ. Het mag zeer opmerkelijk heten dat de informateur niet wilde toestaan waar OPZ als winnaar van de raadsverkiezing recht op had, zijnde een onderwerp waar in feite alle fracties het mee eens waren.

Ook aan het verzoek van de VVD om de volledige evaluatie na twee jaar waarin de bevolking zich zou kunnen uitspreken over de wenselijkheid van de “ambtelijke fusie” wilde de informateur niet voldoen.

Dwars tegen de uitdrukkelijke wens van de VVD in om in het programma aan te geven dat er geen onomkeerbare stappen zullen worden gezet nam de informateur in het eerste concept op: “woningbouw in leeg deel raadhuis” (deze nieuwbouw zou de terugkeer van de voorheen Zandvoortse ambtenaren naar het raadhuis bij voorbaat onmogelijk hebben gemaakt).

In het definitieve raadsprogramma komt het opschrift “Zandvoort zelfstandig” niet meer voor. Ook de uitspraak die ten minste nog de mening van de raad zou weergeven: “We vinden het belangrijk dat Zandvoort zelfstandig blijft” was door de informateur geschrapt evenals de drie andere vage verwijzingen naar Zandvoorts zelfstandigheid.

Kennelijk rekende de informateur het tot zijn taak verwijzingen die erop konden duiden dat Zandvoort beleid wilde voeren om zelfstandig te blijven optimaal te minimaliseren en werden daartoe uitsluitend de twee zonder de geringste beleidsinhoudelijke betekenis hebbende zinnen: “Het is maart 2035. Zandvoort is een zelfstandige sterke gemeente gebleven” in het raadsprogramma vermeld. Wel verviel de woningbouw in het raadhuis.

 

In schril contrast hiermee en lijnrecht in strijd met de opvatting van de VVD vermeldt het vastgestelde raadsprogramma als ambitie nr. 1 (niet: “Het is maart 2020. De ambtelijke fusie is een succes” maar) dat van “alle betrokkenen” wordt verwacht dat zij er “alles aan zullen doen” om de “ambtelijke fusie” tot een succes te maken.

Blijkens de door de raadsfracties opgegeven wenspunten was er door geen enkele fractie aangedragen om de “ambtelijke fusie” die de meeste fracties, de één meer dan de ander, als een risico zien voor behoud van zelfstandigheid tot speerpunt nr. 1 in het raadsprogramma te verheffen.

In het raadsprogramma is kennelijk ook op initiatief van de informateur komen te staan dat voor de evaluatie in 2020 “in overleg met Haarlem” een evaluatieplan wordt opgesteld. Dit betekent dus dat dit plan uitsluitend met instemming van het Haarlemse college van B&W kan worden opgesteld. Het is niet aannemelijk dat een raadsfractie er om heeft gevraagd, wat dit betreft, Haarlem al te laten meebesturen.

 

Ook de petitie van bijna 100 burgers werd door de informateur genegeerd

Tijdens de raadsvergadering waarin de petitie ter kennis van de raad werd gebracht attendeerde het toen nog raadslid Kuipers de voorzitter erop dat het advies over de afhandeling van de petitie was om deze in het raadsprogramma te verwerken maar het raadsprogramma al in een eerdere vergadering door de raad was vastgesteld.

De burgemeester suggereerde in zijn antwoord dat de petitie conform het (positieve) advies was afgedaan. Het was een raadselachtig maar onjuist antwoord. In het raadsprogramma is niets van het in de petitie gevraagde beleid opgenomen en uiteraard was dit de burgemeester bekend.

 

Zeer teleurstellend was ook dat uw raad in een perspublicatie te kennen gaf de mening van de inwoners belangrijk te vinden bij het opstellen van het raadsprogramma en hen opriep met suggesties daarvoor te komen maar de inbreng van vele burgers , waaronder de petitie, en bedrijven niet in een openbare raadsvergadering maar achter gesloten deuren behandelde. De betrokken burgers die nul kregen op het rekest, kregen daarover geen gemotiveerd antwoord zoals dat bij voorbeeld gebruikelijk is na inspraak op een voorontwerpbestemmingsplan. In ieder geval kreeg ik als indiener van de petitie hierop geen antwoord.

 

De informateur nam niets op in het definitieve raadsprogramma over beleid Zandvoort zelfstandig te laten voortbestaan op aansturen van de burgemeester.

Het kan de informateur niet zijn ontgaan dat het behoud van Zandvoorts zelfstandigheid het kernthema vormde bij de raadsverkiezing en dat alle raadsfracties erop tegen zijn Zandvoort door Haarlem te laten annexeren.

Uiteraard is er geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat de informateur op eigen gezag zich er hardnekkig tegen verzette in het raadsprogramma het streven naar behoud van de zelfstandigheid als beleidsdoelstelling waar de drie bestuursorganen van de gemeente zich voor zouden moeten inzetten op te nemen, maar daarin onevenredig zwaar de nadruk heeft willen leggen op het, binnen de raadsfracties verschillend beoordeelde, belang om de “ambtelijke fusie” die snel kan leiden tot ene bestuurlijke fusie, tot een succes te maken.

 

Het raadsprogramma vertoont op dit punt een zeer opvallende, buitengewoon ongewenste onevenwichtigheid. Ongetwijfeld zal een succesvol verlopen “ambtelijke fusie” een belangrijk onderdeel vormen van de argumentatie om een bestuurlijke fusie hierop te laten volgen.

Dat de informateur aldus zijn taak uitoefende is slechts verklaarbaar – het ligt er duimendik boven op – doordat hij hiertoe werd aangestuurd door de burgemeester die volgens insiders van meet af aan betrokken is geweest bij de voorbereiding van het raadsprogramma en zich daarmee inhoudelijk heeft bezig gehouden. 

 

Sinds de invoering van het dualisme in 2002 gaat de Gemeentewet (artikel 35) er echter vanuit dat de burgemeester wordt geïnformeerd over de uitkomst van de college-onderhandelingen en hij alsdan in de gelegenheid wordt gesteld om zijn opvattingen ten behoeve van het collegeprogramma kenbaar te maken. Dit geldt natuurlijk ook als er in plaats van een collegeprogramma een ouderwets raadsprogramma is opgesteld. De burgemeester is niet een gekozen bestuurder  en heeft niet als politicus op basis van een programma van een partij aan de raadsverkiezing deelgenomen. Hij staat als door de kroon benoemde bestuurder boven de partijpolitiek.

Het had mijns inziens dan ook niet mogen gebeuren dat de burgemeester, tijdens de onderhandelingen als regisseur op de achtergrond, via het in de arm genomen particuliere adviesbureau het raadsprogramma, in elk geval wat betreft de onderwerpen inzake behoud van Zandvoorts zelfstandigheid en de “ambtelijke fusie” naar zijn hand wist te zetten.

 

De acht fractievoorzitters wijzen mij er namens het presidium op dat ik ermee bekend ben dat de gemeenteraad het hoogste orgaan in het gemeentebestuur is en dat de raad het raadsprogramma heeft vastgesteld. 

Dat de raad het hoogste orgaan is betekent niet dat de feitelijke machtsverhouding van de raad tot college of burgemeester anders kan liggen. Uit de al bij herhaling ter sprake gebrachte verkiezingskrant van de VVD valt bijvoorbeeld af te leiden dat de vorige raad blijkens een artikel in het blad: “Binnenland Bestuur” en het rapport van Onderzoeksbureau Seinstra van de Laar niet goed heeft gefunctioneerd en de VVD tot de conclusie kwam dat de raad onder regie van met name de burgemeester, bijgestaan door de wethouders Kuipers en Bluijs, in een staat van niet-toerekeningsvatbaarheid het besluit nam om het ambtelijk apparaat aan Haarlem over te dragen.

 

Door het bestuurlijke handwerk van college of burgemeester, hun grote informatievoorsprong, en beschikbaarheid van een ambtelijke organisatie, en met name ook tijd, is de raad niet altijd in staat voldoende tegenspel te kunnen of te willen bieden of te geneigd is zich volgzaam (een klein voorbeeld is de brief van de acht fractievoorzitters) of te loyaal op te stellen om te voorkomen dat twijfel oproepende voorstellen er toch worden doorgedrukt.

Blijkbaar heeft zich iets dergelijks afgespeeld met betrekking tot de totstandkoming van het raadsprogramma waarin materieel gezien de informateur met zijn medewerkers een sterk bepalende factor was, aangestuurd door de burgemeester waardoor de door mij aangeduide onevenwichtigheid in het raadsprogramma terecht is gekomen.

De acht fractievoorzitters die mij schreven dat de gehele raad het streven naar behoud van zelfstandigheid van Zandvoort volledig onderschrijft, volledig in lijn met de petitie d.d. 16 april 2018, laten zich er niet duidelijk over uit of zij ook bereid zijn in lijn met de in de petitie bepleite beleidsactiviteit (via een motie), dit streven naar het beoogde doel alsnog handen en voeten te geven in het raadsprogramma teneinde het mogelijk te laten worden dat Zandvoort in maart 2035 nog een zelfstandige gemeente is gebleven, in het onverhoopte geval wethouder Verheij niet in staat is uw raad met een daartoe strekkend raadsvoorstel te verblijden.

 

Hoogachtend,

F.E. van Caspel

Kostverlorenstraat 4

2042 PG  Zandvoort

T 06-17607122